Tips & Tricks kruiswoordraadsel

Kruiswoordraadsels zijn er in alle mogelijke vormen en moeilijkheidsgraden. Ben je een geoefend puzzelaar of kan je nog wel wat advies gebruiken? Deze 9 tips zetten je alvast op weg.

Tips & Tricks kruiswoordraadsel

1. Begin met aanvullen

De aanvulomschrijvingen zijn doorgaans het makkelijkst op te lossen. Ze zijn snel terug te vinden in de opgavelijst. Een voorbeeld: “___ D’Arc”. Hier hoort uiteraard het woord “JEANNE” ingevuld te worden. Eén of twee van deze oplossingen kunnen al snel de bal aan het rollen brengen.

2. Kijk de 3, 4 en 5-letter woorden na

Kijk naar je grid en bekijk de tips voor de korte woorden. In het Nederlands zijn er niet zo veel woorden van die lengte, dus komen dezelfde woorden vaak terug in kruiswoordraadsels. Het kan helpen om deze woorden van buiten te leren, aangezien ze niet courant zijn in ons dagdagelijks taalgebruik, enkel in puzzels.

3. Omschrijvingen volgen de (taal)regels

Een omschrijving is altijd geschreven in dezelfde tijd als het antwoord. Staat een omschrijving in de tegenwoordige tijd, dan zal dus ook het werkwoord in de tegenwoordige tijd gevraagd worden. Kijk ook naar de kruisende opgaves, die kunnen je helpen in het verifiëren van de laatste letter(s). Bijvoorbeeld, als zowel de horizontale als de verticale aanwijzingen om een antwoord vragen in het meervoud, is de kans groot dat de laatste letter een -n of -s is. Anderstalige woorden worden duidelijk aangegeven in de omschrijving. “Vriend, fr.” zal bijvoorbeeld antwoord “AMI” geven. Ook afkortingen of acroniemen staan aangegeven, zodat daar geen onduidelijkheid over kan bestaan.

4. Raden mag

Vul antwoorden in, ook als je nog niet 100% zeker bent. Als je puzzels online invult, hoef je immers niet te schrappen of te gommen. Met een druk op de knop kan je het mogelijk foutieve antwoord weer verwijderen. Eens je deze antwoorden hebt ingevuld, maken de kruisende opgaven je wellicht al heel wat wijzer.

5. Puzzelmakers verwarren je graag

Puzzelmakers houden ervan om de puzzelaars te misleiden en op die manier uit te dagen. Vergeet niet dat veel woorden in het Nederlands dezelfde spelling hebben maar een totaal verschillende betekenis. Als woorden ook hetzelfde uitgesproken worden noemen we ze homoniemen (bijvoorbeeld: arm, lichaamsdeel/niet rijk). Woorden met een andere klemtoon zijn homografen (bijvoorbeeld: áppel, de vrucht of appèl, beroep). Trek dus geen overhaaste conclusies, maar think outside the box!

6. Wonderbaarlijke woordspeling

Een vraagteken op het einde van een opgave betekent meestal dat het om een cryptische omschrijving gaat. Vind je deze doordenkers de leukste opgaves? Dan moet je eens een cryptogram proberen!

7. Meerwoordige antwoorden

Onthoud dat het antwoord ook uit meer dan één woord kan bestaan. Meerwoordige antwoorden worden steeds normaler en de tijd is voorbij dat dit op voorhand aangegeven wordt in de omschrijving.

8. Geef het (tijdelijk) op

Geraak je er niet meer uit? Leg je kruiswoord even opzij. Enkele uren of zelfs dagen later de puzzel er terug bij nemen kan voor een ‘aha-erlebnis’ zorgen. Wanneer je dan weer één goed antwoord vindt, ben je vaak vertrokken om de rest van de puzzel tot een goed einde te brengen.

9. Online antwoorden zoeken

Het hangt ervan af wat jij beschouwt als ‘valsspelen’, maar als je je al wekenlang het hoofd breekt over een oplossing en je vindt het juiste antwoord maar niet, is het misschien een goed idee om eens een puzzelwoordenboek te raadplegen. Het leukste aan het invullen van een kruiswoordpuzzel is immers dat je meer weet dan waar je mee gestart bent. Je hoeft niet bang te zijn om iets op te zoeken, op die manier worden oplossers immers betere oplossers. Daag jezelf uit, zoek antwoorden op en probeer ze te onthouden. Je zou zelfs hoofdsteden, grote rivieren, bergen, oceanen, zeeën en munteenheden kunnen opzoeken en proberen te memoriseren. Want onthoud: al dat onthouden is goed voor je geheugen. Dus doe jezelf een plezier en start vandaag nog met het invullen van enkele kruiswoordpuzzels!